BLOG

Er zijn van die wijngebieden die onbekend zijn bij het grote publiek of vergeten worden door de kenners. Ze liggen simpelweg tussen teveel andere toppers.

Ze zijn als dat mysterieuze meisje in de klas, dat later een succesvolle kunstenares is geworden, terwijl jij enkel naar die wulpse, ietwat ordinaire schreeuwlelijk zat te staren die nu thuis zit met haar drie kinderen. Prima, met die bijdehante tante is niets mis, maar zo’n onverwacht ontluikende bloem is uiteraard een stuk spannender. Zie Vinsobres, een parel in de oester die Rhône heet.

Wie vanaf de Mediterranée oostelijk van de Autoroute du Soleil richting Alpen rijdt, meandert door een zee van wijnstokken. Dit is het domein van de bulkwijn Côtes du Rhône. Maar, zoals tijdens een strooptocht door de Bijenkorf of Selfridges, schieten ook hier geregeld de A-merken voorbij: Châteauneuf-du-Pape, Beaumes-de-Venise, Vacqueyras, Gigondas…

Om je vingers bij af te likken

Iets voorbij het oude vestingstadje Vaison-la-Romaine verlaat je de Vaucluse en kom je terecht in het culinaire walhalla van de Drôme. Het diep beneden het dorp gelegen riviertje de Ouvèze, zo mooi bezongen in het magisch-realistische meesterwerk Que ma joie demeure van Jean Giono, vormt de Rubicon tussen deze twee Provençaalse departementen. Hier kun je snoepen van fris-zure jonge of pittig gerijpte Picodon, plukt je de beroemde zwarte olijven van Nyons of bijt je in het vruchtvlees van de zwoelzoete plaatselijke abrikozen. Of geniet je, net als Marcel in de sleutelscène van A la recherche du temps perdu van Proust, van een madeleine met een kopje tisane du tilleul uit Buis-les-Baronnies.

Behalve een behoorlijke hoeveelheid Côtes du Rhône vind je ook onbekende pareltjes, zoals Domaine du Rieu Frais in St. Jalle. Hun biologische landwijnen van syrah (2007) en viognier (2009) zijn ware meesterwerken, zo oordeelt ook de Hachette. De laatste wijn is vol, maar toch fris. Met de geur en smaak van perzik, abrikoos, een bos bloemen en wat citrus. Zalig bij het eten van, zoals Onno Kleyn het zo mooi omschrijft, “de Chinees van Frankrijk”, de Vietnamees.

Mooie overgang

Temidden van al dit moois ligt, tegen een heuvel aangebouwd, het slaperige dorpje Vinsobres. Beneden in het dorp een protestants godshuis, bovenin, naast het dorpscafé, de katholieke kerk. De wijn uit dit stadje heeft zich via de klasseringen Côtes du Rhône (1937), Côtes du Rhône Villages (1957) en Côtes du Rhône Villages Vinsobres (1967) opgewerkt tot een heuse cru (2006). Hiermee staat hij op één voetstuk met zijn edele Rhônebroeders uit de Vaucluse als Châteauneuf-du-Pape, Beaumes-de-Venise, Vacqueyras en Gigondas. De bijbehorende bekendheid bleef echter uit. Onterecht, want Vinsobres biedt een prachtig pallet aan pure wijnen, die in stijl een mooie overgang vormen tussen de stijlen van de noordelijke en zuidelijke Rhône.

Twee producenten steken met kop en schouders boven de rest uit. Allereerst de betaalbare coöperatie La Vinsobraise, onderin het dorp. Hun Vinsobres Emeraude 2006 (van grenache en syrah) is zijn ruim zeven euro meer dan waard. Maar de echte meester is Domaine Jaume. Was het twee jaar geleden nog zijn tante, deze keer is het Anthony, de jongste telg en derde generatie uit de wijnmakersfamilie, die ons een aantal prachtige wijnen laat proeven. Stuk voor stuk zijn ze knap gemaakt, maar twee springen er wat mij betreft (wederom) bovenuit.

Allereerst is dat de Côtes du Rhône Villages Référence Blanc 2009, die uit gelijke delen clairette, marsanne, roussanne en viognier bestaat. De wijn is rond, maar net als bij Rieu Frais toch nog lekker fris door de mooie zuren. Daarin zie je gelijk het voordeel van dit gebied: het ligt geografisch precies tussen de (relatief) koele noordelijke- en warme zuidelijke Rhône in. Perzik domineert, zonder overheersend te zijn.

Waar ik werkelijk stil van werd, was de Vinsobres Clos des Echalas 2007, de wijn uit hun beste wijngaard, samengesteld uit 50% grenache en 50% mourvèdre. Opgevoed op 1/3 nieuwe vaten, 1/3 één jaar oude en 1/3 twee jaar oude vaten. Uiteraard is het fruit met de hand geplukt, de opbrengst laag en bovendien grotendeels biologisch (Jaume werkt volgens het principe van culture raissonnée). We noteren specerijen, spannend leer, donker fruit.

Zonnige toekomst

Terwijl we ter afsluiting nippen aan de opmerkelijke vin doux naturel van grenache en syrah – lekker bij pure chocolade van buurman Valrhona uit Tain-l’Hermitage –, concluderen we dat we bofkonten zijn dat we als een van de weinigen van deze wijnen genieten. De toekomst lijkt echter zonnig voor deze cru in het hart van de Drôme. Spreekwoordelijk gezien dan, want Anthony kijkt zorgelijk wanneer hij na deze ene zonnige week in een verder verregende zomer weer regen voorspelt tijdens de oogst. Tja, Jean Giono mag ons in zijn boek dan wel wijzen op de magie van de natuurwetten, de elementen blijven soms onvoorspelbaar grillig. Ook in Vinsobres.

Over de auteur: Registervinoloog Thijs Akkerman was in 2010 winnaar van de Perswijn Schrijfwedstrijd.