BLOG

Vlak na het winnen van de Perswijn schrijfwedstrijd met als thema Zuid-Afrika vloog Thijs Akkerman met andere (aspirant-)wijnschrijvers naar datzelfde Zuid-Afrika. Net als in de meeste wijnlanden bleek de wijnbouw ook hier een mooie afspiegeling te zijn van de staat waarin het land verkeert. In het geval van Zuid-Afrika betekent dit volgens hem: ambivalentie. De meeste Zuid-Afrikaanse wijnmakers zijn nog altijd blank. Ze worden bediend door zwarte mensen die in kleine hutjes aan de rand van de wijngaarden wonen. Maar de beste wijnen worden geproduceerd door een paar producenten die het roer echt omgegooid hebben en hun wijnbedrijven volledig in evenwicht hebben gebracht. Deze week: deel 1 van een tweedelig reisjournaal over land en wijn.

Tikkop

De eerste paar dagen komen we geen enkel zwart iemand tegen. Wel blanken, die eruit zien als uit de klei getrokken Hollanders, maar die vloeiend Engels spreken en beschikken over een flinke portie Britse humor. Ze wonen in een landschap dat veel weg heeft van de Provence of Toscane, al staan de weilanden niet vol met schapen maar met struisvogels. Zo nu en dan trekt zo’n loopvogel een sprintje mee met ons busje, tot een hek het dier een verdere tweestrijd belet.

Ik was nog niet eerder in Zuid-Afrika geweest, evenmin als mijn wijnschrijvende collega’s. Alleen de cameraman had al eerder een bezoek gebracht aan het land, ondermeer in het gezelschap van de Master of lunch René van Heusden. De wijnreis door de Kaap volgde zeer rap op het winnen van de schrijfwedstrijd van Perswijn, dus veel tijd om me in te lezen heb ik niet gehad. Mijn inhoudelijke voorbereiding bestaat slechts uit het vluchtig doorlezen in het vliegtuig van de Lonely Planet, Platter’s Guide en Tikkop, de nieuwe Zuid-Afrikaanse roman van Adriaan van Dis.

Schapenkoppen

Dat we helemáál geen zwarte mensen zien, is trouwens niet waar. Je ziet ze soms langs de weg door het uitgestrekte landschap lopen (waarvandaan? waarheen?) en ze serveren de (drie tot vijf) gangen en bijpassende wijnen tijdens de lunch of het diner bij de witte wijnmakers thuis. Maar echt ontmoet hebben we ze de eerste dagen nog niet. Ze bewegen geruisloos, bijna onzichtbaar op de achtergrond.

Op een middag wandelen we echter opeens tussen uitsluitend zwarte Afrikanen. Hier niet in de hoedanigheid van onderdanige bediende, maar als lachende, roepende of zingende bewoner van het township onder de rook van Kaapstad waar we een rondleiding krijgen. De zwarte gids toont ons een golfplaten werkplaats waar vrouwen afgehakte schapenkoppen van hun vacht ontdoen en roosteren boven een houtskoolvuur. De zwarte variant van de onder blanke Afrikaners zo populaire braai.

Copieuze lunches in intieme musea

De werkelijkheid is dus nog gevarieerder en verwarrender dan de drie boeken me al hebben doen vermoeden. Als ik niet beter had geweten, had ik gedacht dat de meerderheid van de Zuid-Afrikaanse bevolking blank is en dat de apartheid er nog welig tiert. De eerste dagen voel ik dan ook lichte schroom wanneer we voor de zoveelste keer ontvangen worden op een luxe wijnboerderij voor een wijnproeverij. Niet zelden heeft de blanke eigenaar zijn geld verdiend in een andere tak van sport dan wijnbouw, zoals rugby. Of de mijnbouw, waaronder de zwarte mijnwerkers zo te lijden hebben gehad. De oude huizen in de lieflijke Cape Dutch-stijl zijn stuk voor stuk prachtig opgeknapt tot lieflijke witgepleisterde oases te midden van het lommerrijke mediterrane landschap. De wanden van de vertrekken zijn niet zelden met zoveel kunst volgehangen, dat je het idee krijgt door intieme musea als het Mauritshuis of de Galleria Borghese te dwalen. Na het proeven van de wijnen van de wijnmaker en zijn toegestroomde collega’s uit de omgeving volgt, afhankelijk van het tijdstip van de dag, een copieuze lunch of een overdadig diner. Soms bestaande uit exquise kunstwerkjes als frisgroene asperges met lentegroenten en een gepocheerd ei, dan weer uit een traditionele braai met roosterkoekies, hoenderpaté, snoekbaarspaté, braaibroodjes en boerewors. De zwarte bedienden zullen na afloop weer te voet terugkeren naar hun township of hun huisjes aan de rand van het wijndomein.

Sorry

Binnen de Kaapprovincie, waar de meeste wijngaarden liggen, is de meerderheid van de bevolking blank of kleurling. In de rest van het land zijn de meeste inwoners echter zwart. Het ANC is alweer een eeuwigheid aan de macht en blijkt net zo corrupt als zijn voorgangers. Van beginselen van behoorlijk bestuur hebben ook zij nog nooit gehoord. Inmiddels voelen op hun beurt blanke mensen zich gediscrimineerd. Niet voor niets zingt protestzanger Koos Kombuis vertwijfeld door de luidsprekers van ons busje: “Hoe Lank Moet Ons Nog Sorry Sê, hoe Lank Moet Ons Nog Sorry Sê....?”. De liedteksten van deze blanke Afrikaanstalige protestzanger vertolken op een treffende manier de verwarde staat waarin het land verkeert. Wie en wat is goed? Wie en wat is fout? Eerst zong Kombuis tegen de apartheid. Nu zingt hij tegen de corrupte zwarte regering van Zuma.

Uitzicht en inzicht

Op een namiddag staan we, na de gebruikelijke proefsessies, bovenop de Tafelberg met in onze ene hand een vol glas en in onze andere hand een fles wijn. De Cape Doctor trekt wild aan onze haren en we prijzen ons gelukkig dat er hekken staan langs de afgrond. Diep beneden ons ligt de metropool Kaapstad met zijn kantoorgebouwen, toegangswegen en het hypermoderne, maar nu al in onbruik geraakte stadion. Daarachter de townships en een stuk uit de kust Robben Eiland. Dit uitzicht, waarin heel de Kaapse geschiedenis samenkomt, in combinatie met de drank en de ondergaande zon, stemt ons melancholisch. Daar bovenop die Tafelberg bedenk ik me dat de bijzondere positie van dit land ook enorme kansen biedt. Wanneer de lastige zoektocht naar harmonie overslaat op de wijnbouwers, dan krijg je wellicht de mooiste wijnen ter wereld.